De dwaling: hoofdstuk 1.

Ze stopt pas met rennen als de steken in haar zij zo hevig worden dat ze alleen nog maar scheef kan lopen. Ze is vlakbij het station nu. Als ze geluk heeft, is ze ruim voor Sybille terug en kan ze haar spullen pakken zonder dat de vrouw haar finaal kapot maakt.
Het liefst zou ze uit de trein springen om hem harder vooruit te duwen, maar Lotte blijft zitten, met haar voet tikkend tegen een prullenbak in de maat van het railritme.
"Dat was nou niet direct wat je noemt een uiting van dankbaarheid," opper ik.
"Houd je bek." Het meisje schuin voor haar kijkt op uit een tijdschrift. Lotte werpt het kind een boze blik toe.
"Dat was een geweldige vertoning juist! Dit was beter dan bij Ivan! Zoals die arrogante trut van een Sybille in alle kalmte op haar nummer werd gezet, zeg. In één woord: briljant!"
Max mist elke vorm van gezonde kritiek, maar ik merk dat Lotte zich gesterkt voelt door zijn enthousiaste geschreeuw. Het spijt haar ergens wel dat ze het op deze manier op de spits heeft gedreven, maar ze vindt dat het gelijk aan haar kant staat. Ze werd uitgescholden, terwijl ze juist iets goeds deed, en dan nog wel door iemand die, dat is nu wel duidelijk, alles doet om maar aandacht te krijgen.
"Maar wel iemand die je geholpen heeft toen je het het hardst nodig had. Wat moet je nu?," werp ik tegen.
"Daar heb je gelijk in. Geen idee."
"Lotte kan zich best in haar eentje redden! We gaan een avontuur tegemoet, ha!"
"Lieverd, je kunt in alle rust je spullen pakken en dan naar die plek onder de trap gaan. Van daaruit kun je verder met je leven. Laat je niet opjutten en raak vooral niet in paniek."
Oma zit tegenover haar. De oude, magere vrouw raakt de blote arm van het meisje met het tijdschrift zelfs even, maar die schijnt niets te merken. Eens in de paar seconden slaat ze haar ogen op, waarna ze snel verder gaat met het lezen van een artikel met in roze letters de kop: 'Houdt hij wel echt van je?'

Ze is al bijna het hele park door als ze voelt hoe een woedende Sybille thuiskomt en de logeerkamer leeg aantreft. Max toont haar hoe het litteken het gezicht van de vrouw nog meer vervormt dan anders wanneer de frustraties zich met een oerkrijs een weg naar buiten zoeken. Lotte zal daar niet meer welkom zijn.
Het is zondag en mooi weer, waardoor het drukker is in het park dan gewoonlijk. Mensen kijken blij en ontspannen en hun positieve energie straalt een beetje op Lotte over, wat de zwaarte van de rest van de dag verlicht. Ze gaat op een bankje zitten dat een eindje van het pad staat om de inhoud van de haastig ingepakte weekendtas te herschikken. Het gewicht hangt te veel naar één kant, waardoor de zo nodige balans ver te zoeken is. Ze haalt haar extra broek eruit, probeert hem een beetje op te vouwen en legt hem bovenop haar ondergoed. Haar shirts schuift ze naar de andere kant, met de in een ander leven meegegriste knuffelbeer erbovenop, wat nu past, omdat ze besluit het badpak dat onderin ligt te stinken weg te gooien.

Ze was al aardig gewend aan mijn bestaan en Sybille had haar duidelijk gemaakt dat ik er was om te helpen. In ruil was zij mijn ogen, oren, armen en benen. Die avond had ik me stil gehouden, omdat haar vriend haar bij wijze van verrassing uit eten had genomen en ik haar nog even een rustige tijd gunde.
Haar oma was minder attent.
De oude vrouw verscheen toen Lotte net haastig probeerde met haar ene hand de onderbroek onder haar rok naar beneden te schuiven, terwijl ze met de andere de wc-deur dichttrok. Toen ze het licht aandeed, klonk er ineens: "Niet schrikken," wat Lotte natuurlijk toch deed.
Het slipje dat ze net halverwege haar heup had gesjord liet ze los en ze wist niet hoe snel ze haar rok naar beneden moest laten glijden. Oma zat op de neergeklapte wc-bril. Ze keek ernstig en leek de gezichtsuitdrukking van haar kleindochter niet te zien.
Heel even schaamde Lotte zich om het feit dat ze zich geneerde. Ze had tijdens het etentje een beetje gekwetst gereageerd toen Ivan haar had uitgelachen om haar bewering dat geesten overal om hen heen waren.
"Zijn ze er ook als ik op de plee zit?" had hij grinnikend gevraagd.
Ze had zeker geweten dat overgegane zielen daar helemaal geen probleem mee hadden, maar nu ze zich zelf in zo'n situatie bevond, was het toch even ongemakkelijk.
"Ik moet je waarschuwen."
Lotte voelde zich heel rustig worden, alsof de sereniteit van de doden in deze kleine ruimte op haar werd overgebracht. Haar blaas stak een beetje. Een bijna prettige pijn.
"Waarvoor?"
"Dat weet je diep in je hart zelf ook wel, lieverd. Ik kom je er alleen maar even op wijzen."
"Ben je altijd bij me?"
"Wil je dat graag?"
Daar had ze over nagedacht. Het was absoluut een fijn gevoel dat er een vertrouwd persoon was die over haar waakte. Maar soms benauwde het idee haar dat er constant iemand over haar schouder kon meeloeren. Juist als die iemand haar oma was. Hoe moest dat als ze seks had met Ivan? Kon ze oma vragen even een andere kant op te kijken?
"Ik weet het niet, als ik eerlijk ben."
"Over intieme momenten moet je je geen zorgen maken. Ik ben er alleen als je me nodig hebt."
Oma wist wat ze dacht. Natuurlijk.
"Waarom heb ik je nu nodig?"
"Je gaat een zware tijd tegemoet, voel je dat niet?"
"Hoe moet ik dat voelen?"
"Stel je open, Lotte. Geef ruimte aan je diepere gevoelens, laat je gedachten zich maar bezighouden met de stoffelijke wereld. Doe je ogen dicht, en voel wat er diep in je buik aan je wordt verteld."
Het was alsof de wereld een beetje om haar heen begon te draaien toen ze deed wat haar oma haar zei. Ze zonk diep weg in zichzelf, gedachten dwarrelden wel, maar bleven niet hangen. Onder haar middenrif voelde ze een zachte zwaarte, alsof ze een spons had gegeten en daarna een liter water had gedronken. Het deed de druk op haar blaas nietig lijken.
Toen de spons plotseling met kracht werd uitgeknepen, schrok ze. Ze deed haar ogen open en keek in het gezicht van haar glimlachende oma.
"Heel goed, om te beginnen."
"Wat was dat? Wat gebeurde er?"
"Je voorvoelde de toekomst. Als je dit gevoel herkent, moet je vluchten. Zo snel mogelijk."
Vluchten. Waarvoor? Voor wie? Waarom kon oma dat niet gewoon zeggen? Ze opende haar mond om te vragen om een toelichting.
"Lotte! Blijf je daar wonen?" De stem van Ivan klonk gedempt vanachter de deur.
Ze keek haar oma angstig aan, maar die legde doodkalm een hand onder haar kin. Ze keek geamuseerd. De rimpels in haar gezicht trokken een beetje glad, terwijl die rond haar ogen zich verdiepten.
"Ik kom zo!"
Ze greep wat wc-papier en verfrommelde het. Oma verdween. Niet langzaam vervagend of plotseling met een plop, zoals ze half en half verwacht had. Het ene moment was ze er nog, het volgende gewoon niet meer.
"Wil jij ook een cognacje?"
"Ja, doe maar."
Toen ze hoorde hoe zijn voetstappen zich van haar verwijderden tastte ze voorzichtig voor zich op de plek waar oma had gezeten. Ze moest nog steeds hoognodig, maar wist niet helemaal zeker of ze nu met goed fatsoen kon gaan zitten. Ze voelde niets. Niet met haar hand en niet in het algemeen. Oma was weer weg. Ergens vond ze dat jammer.

Nog geen week na het incident op de wc, wist ze wat het was waarvoor oma haar had gewaarschuwd.
Ivan had een weekendje bungalowpark georganiseerd met als doel de spanningen die de laatste tijd in hun relatie waren geslopen weg te recreëren. De eerste dag was dat heel aardig gelukt. Ze hadden door het in strakke rijen aangelegde bos gefietst, lekker gegeten en 's avonds iets te veel wijn gedronken, waardoor ze zelfs zin had gehad met hem te vrijen. Onbespied.
De tweede dag was regenachtig en de bungalow begon al gauw zijn onpersoonlijke leegte aan hen op te dringen.
"Zullen we dat overdekte zwembad eens gaan bekijken?" stelde Ivan voor.
De geur van chloor en het tegen de koude tegels reflecterende kindergejoel hadden een onwerkelijk tintje, alsof dit georganiseerde vermaak eigenlijk niet echt kon bestaan. Lotte kleedde zich ongemakkelijk om; haar lange, forse lichaam te massief voor het kleine hokje. Toen ze er eindelijk uitkwam, stond Ivan al op haar te wachten met een kinderlijk opgetogen grijns. Hij koos een springplank, liep zelfverzekerd naar het einde en nam een soepele duik. Lotte was op een rand gaan zitten en liet zich langzaam in het lauwwarme water zakken. Dit was eigenlijk helemaal niet onaangenaam. Ze zwom een paar slagen richting het midden van het bad, een beetje uit de buurt van de voortdurend in en uit het water springende kinderen en liet zich op haar rug rollen. Met haar oren net onder het wateroppervlak werd het akelige geluid wat gedempt en ze sloot haar ogen.
Een hand klemde zich rond haar enkel en trok haar been naar beneden. In haar van schrik geopende mond golfde een slok chloorwater, maar toen ze Ivans gezicht zag, zijn haren plat op zijn lachende hoofd, moest ze zelf ook glimlachen. Ze watertrappelden dicht tegen elkaar aan, hun lichamen soepel en glibberig. Hij zoende haar.
"Lekker hè?"
Lotte knikte. Hij was een en al verheugde onschuld en ze vroeg zich af of haar aantijgingen misschien toch onterecht waren geweest.
Hij wees naar een stuk felrood kronkelend plastic waarlangs water stroomde en zei: "Kom, we gaan van de glijbaan!"
"Ga jij maar," lachte Lotte. "Ik zwem een paar baantjes."
Ze lieten elkaar los en ze genoot van haar spieren, die zich soepel spanden onder haar slagen, terwijl ze toekeek hoe haar vriend zich van de glibberige baan liet glijden. Eenmaal beneden hees Ivan zich meteen weer uit het zwembad en sloot hij opnieuw aan bij het rijtje dat zich voor de trap naar de glijbaan had gevormd. Lotte keerde en begon de andere kant op te zwemmen, haar hart zwellend, vol liefde voor Ivan. Het was goed zo. Dat hij haar geslagen had, had ze hem vergeven. Hij was er zelf net zo van geschrokken als zij. En het feit dat hij dit weekend had georganiseerd bewees toch dat hij voor haar had gekozen, dat Mariëlle verleden tijd was? Ze bereikte de rand van het zwembad en klemde zich er even aan vast om uit te rusten, toen ze bij de kleedhokjes ineens een vrouw zag lopen die ze leek te herkennen. Lotte schudde haar hoofd, druppels in het rond spetterend. Er waren wel meer vrouwen met halflang, bruin haar en een pony. Dat zij dacht dat het Mariëlle was, kwam gewoon doordat ze zojuist aan haar had gedacht. Ze liet de rand los en begon terug te zwemmen, intussen turend naar de glijbaan, waar Ivan niet meer was. Ook de hoofden die op het water dobberden behoorden geen van alle tot haar vriend. En tussen de blote benen die langs de randen krioelden herkende ze hem ook niet. Haar gezwollen hart begon sneller te kloppen terwijl ze met een paar stevige slagen naar een trapje zwom. Terwijl ze zich uit het zwembad hees, zag ze hoe zijn felblauwe zwembroek een kleedhokje in gleed. Ze volgde, maar bleef op een paar meter afstand staan. Onder het deurtje zag ze niet één, maar twee paar voeten en erachter vandaan kwam een gesmoord smoezen en smakken, begeleid door onderdrukt gegiechel.
Haar maag trok heftig samen, werd uitgeknepen als een natte spons. Het kindergejoel echode sardonisch lachend tegen de tegels, riep spottend haar naam, kletste natte voeten en dijen en Lotte wist het.
Dit was waar oma haar voor had willen waarschuwen. Ivan, die ze kennelijk toch heel terecht wantrouwde. Ivan, die haar liefde had gevoed door zo opgetogen te doen. Ivan, die dacht dat ze zich in slaap had laten sussen.
Ze moest weg hier, zo snel mogelijk.
Ze trok haar kleren uit een kluisje en hees ze over haar nog natte badpak, zonder de moeite te nemen zo'n verraderlijk kleedhokje binnen te gaan. Daarna rende ze naar de bungalow. Nog altijd hoorde ze het spottende uitroepen van haar naam, koud weerklinkend tegen de tegels.
Lotte stond haar spullen in een tas te smijten toen Ivan binnenkwam.
"Waar ging je nou zo snel...?" Hij zweeg middenin zijn zin. Ze keek hem niet aan, ging door met inpakken, haar werpgebaren dramatisch en werktuigelijk tegelijk.
"Ik ga naar huis." Ze pakte haar mobiel op, realiseerde zich toen dat hij haar altijd zou kunnen bereiken als ze hem meenam en smeet hem op het bed.
"Lieverd, heb ik iets gedaan?"
"Laat me met rust! Ik pak wel een taxi en een trein. Blijf alsjeblieft hier en laat me. Ik zal niets meenemen wat niet van mij is."

Ivan liep achter haar aan terwijl ze naar de administratie snelde om te vragen of ze daar een taxi kon bellen. Het meisje achter de balie keek haar vragend aan, maar schoof snel een telefoon in Lottes richting toen ze Ivan, inmiddels met een woedrood gezicht, zag binnenstormen. Hij had nog steeds zijn felblauwe zwembroek aan. Lotte sloot haar oren voor hem. Ze hoorde dat hij schreeuwde, maar de betekenis van zijn woorden werd niet door haar brein verwerkt. In plaats daarvan luisterde ze naar de stem aan de andere kant van de lijn, bij wie ze een taxi bestelde, en hoorde ze mijn lovende praatjes aan. Ik had besloten dat ze wel wat hulp kon gebruiken op het moment dat ze haar weekendtas dicht ritste.
"Je doet het goed, Lotte."
"Nee! Je doet het geweldig! Negeren die eikel! Dat huilen is niets anders dan zijn laatste poging je te manipuleren. Daar trap je natuurlijk niet in!" Die schreeuwlelijk moest er natuurlijk weer overheen. Lotte zwol van trots en sloeg de deur van de taxi dicht, zonder Ivan ook maar een moment aan te kijken.
"Hoe heet je?"
"Alex," antwoordde de taxichauffeur.
"Max," gilde de andere stem. "Max de grote! Max, de grootste! We gaan er vandoor!"

Pas toen ze bij Sybille een plek had gevonden waar ze een tijdje mocht logeren had ze het klamme badpak uitgetrokken. Ze was overstuur geweest en had het ding in haar weekendtas gegooid zonder het uit te wassen of te laten drogen. En daar ligt hij nu nog steeds, stinkend naar chloor en toch muf.
Ze frommelt hem bovenop een halflege zak patat in een parkprullenbak en probeert de nieuwe balans van de tas. Perfect.
Een klein, bruin, langharig hondje komt enthousiast op haar af huppelen. Op ruime afstand volgt een man, die om de halve seconde "Sammie, kom hier!" roept. Hij kijkt vermoeid en een beetje gegeneerd omdat het beest niet eens doet alsof het hem hoort.
Lotte glimlacht en bukt om het diertje te aaien, zijn baasje de tijd gevend dichterbij te komen. Sammie springt vrolijk tegen haar knieën op en kwispelt met zijn hele achterlijf, terwijl hij achter zijn oren wordt gekrabd.
"Kom hier!" De man is nu dichtbij en Lotte kijkt op naar een paar mooie blauwe ogen onder een volle bos donker haar. Ze heeft wel vaker moeite met prioriteiten.
"Misschien kun je hem beter aan de lijn houden," oppert ze vriendelijk.
Hij grijnst onhandig en tilt het hondje op, terwijl hij zijn blik over Lottes lichaam laat glijden.
"Bedankt dat je hem even zoet hebt gehouden." Hij blijft staan en opent zijn mond alsof hij nog iets wil zeggen, maar bedenkt zich dan.
"Nou, dag!"
Lotte kan niet antwoorden. Ze kijkt hem na terwijl hij met een rustige, zelfverzekerde tred terugloopt naar het wandelpad tot een struik haar het zicht op hem ontneemt. Wat een leuke vent.
"Je moet verder! Stilstand is achteruitgang. Zelfs dat hondje wist dat!"
Max heeft gelijk deze keer. Ze moet hier niet te lang blijven dralen. Ze heeft dingen te doen, een leven te leven. Ze neemt de tas op, werpt hem over een schouder om haar armspieren te ontlasten, maar besluit na een paar passen dat dit een te onaantrekkelijk gezicht moet zijn. Misschien loopt die man hier nog rond. Dan moet ze rechtop lopen, niet gebukt onder een bundel kleren en een ingewikkeld leven.

Verder lezen? Bestel het boek!       Home

__